Tongriem en mondbandjes (frenula)

Iedereen heeft slijmvliesbandjes in de mond, ook wel frenula genoemd. Deze verbinden de tong, lippen en wangen met de mondbodem of het tandvlees. Meestal functioneren deze bandjes prima en is behandeling niet nodig.

Soms beperkt een bandje de normale beweging van de tong of lip. Dit kan invloed hebben op drinken, eten, slikken, spreken of de ontwikkeling van de mond en het gebit.

Binnen de Dutch Airway Group kijken we daarom niet alleen naar hoe een bandje eruitziet, maar vooral naar hoe goed de mond functioneert. Een zichtbare of korte tongriem is op zichzelf geen reden voor behandeling.

Tongriem (tongue-tie)

Onder de tong bevindt zich de tongriem. Wanneer deze de beweging van de tong beperkt, spreken we van een tongue-tie of ankyloglossie.

Er zijn verschillende vormen:

  • Anterieure tongue-tie: de beperking zit meer vooraan onder de tong en is vaak goed zichtbaar.
  • Midtongue-tie: de beperking ligt meer onder het middelste deel van de tong. Deze is soms minder opvallend, maar kan de beweging van de tong toch beperken.

Belangrijk is dat niet de tongriem zelf wordt behandeld, maar een beperkte tongfunctie. Daarom beoordelen we altijd hoe de tong beweegt tijdens rust, drinken, slikken, spreken en andere mondfuncties.

Bij baby's

Bij baby's kan een beperkte tongfunctie problemen geven tijdens borst- of flesvoeding.

Mogelijke signalen zijn:

  • moeite met aanhappen;
  • vaak loslaten van de borst of speen;
  • lange of onrustige voedingen;
  • onvoldoende melkoverdracht;
  • pijnlijke tepels bij borstvoeding.

Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Daarom wordt een baby bij voorkeur eerst beoordeeld door een lactatiekundige of logopedist met ervaring in zuig- en mondmotoriek. Alleen wanneer een duidelijke functionele beperking aanwezig is, kan een tongriembehandeling worden overwogen.

Bij kinderen

Bij kinderen kan een beperkte tongmobiliteit invloed hebben op:

  • eten en kauwen;
  • slikken;
  • mondmotoriek;
  • bepaalde spraakklanken;
  • de tongrustpositie.

Soms vormt een beperkte tongfunctie ook een belemmering tijdens orthodontische behandeling of myofunctionele therapie (OMFT).

Niet ieder kind met mondademhaling, spraakproblemen of een lage tongpositie heeft een te strakke tongriem. Daarom wordt altijd gekeken naar het totaalplaatje en werken we, waar nodig, samen met een logopedist of OMFT-therapeut.

Bij volwassenen

Ook volwassenen kunnen een beperkte tongmobiliteit hebben. Mogelijke klachten zijn:

  • moeite om de tong goed omhoog te brengen;
  • spanning in de mondbodem of kaak;
  • slikproblemen;
  • beperkingen tijdens OMFT.

Een tongriembehandeling is geen standaardbehandeling voor snurken, slaapapneu, nek- of kaakklachten. Wanneer de tongriem daadwerkelijk een functionele beperking vormt, kan een behandeling wel onderdeel zijn van een breder behandelplan.

Klieven of vrijmaken?

Wanneer een behandeling nodig is, zijn er verschillende mogelijkheden.

Frenotomie (klieven)

Bij een frenotomie wordt de tongriem ingeknipt zodat de tong meer bewegingsvrijheid krijgt. Dit is meestal een kleine ingreep en wordt vooral bij jonge baby's toegepast.

Frenectomie of frenuloplastiek

Bij oudere kinderen en volwassenen kan ervoor gekozen worden om de tongriem uitgebreider vrij te maken. Soms worden daarbij ook hechtingen geplaatst. Welke techniek het meest geschikt is, hangt af van de leeftijd, de anatomie en de functionele beperking.

Welke techniek wordt gebruikt?

Een tongriem kan worden behandeld met:

  • een schaar of scalpel;
  • een laser;
  • een elektrotoom.

Elke techniek heeft voor- en nadelen. Er is geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat één techniek altijd beter is dan een andere. De ervaring van de behandelaar, een goede indicatiestelling en passende begeleiding vóór en na de behandeling zijn belangrijker dan het instrument waarmee de ingreep wordt uitgevoerd.

Lipbandje en andere mondbandjes

Naast de tongriem bestaan ook een lipbandje en wangbandjes.

Bij baby's is een lipbandje meestal een normale anatomische variatie. Slechts in een beperkt aantal situaties veroorzaakt het daadwerkelijk een functionele beperking.

Bij oudere kinderen en volwassenen kan een lipbandje soms bijdragen aan problemen zoals een blijvende spleet tussen de voortanden, belemmering van de mondhygiëne of spanning op het tandvlees.

Ook hierbij geldt: niet het uiterlijk van het bandje bepaalt of behandeling nodig is, maar de functie.

Samenwerking binnen de Dutch Airway Group

Een eventuele behandeling van een tongriem of ander mondbandje staat nooit op zichzelf.

Binnen de Dutch Airway Group werken tandartsen, mondhygiënisten, logopedisten, OMFT-therapeuten, lactatiekundigen, kaakchirurgen en KNO-artsen samen om te bepalen welke behandeling het beste past.

Wanneer een ingreep wordt uitgevoerd, wordt deze vaak gecombineerd met begeleiding door een logopedist of OMFT-therapeut. Zo wordt niet alleen de bewegingsvrijheid van de tong vergroot, maar leert de tong deze nieuwe bewegingsruimte ook goed te gebruiken.

Onze visie

Bij de Dutch Airway Group behandelen we geen tongriemen of lipbandjes, maar mensen.

Een behandeling is alleen zinvol wanneer deze bijdraagt aan een betere functie. Daarom kijken wij niet alleen naar het bandje, maar naar het totaalplaatje: ademhaling, mondfunctie, drinken, slikken, spreken, groei, slaap en kwaliteit van leven. Alleen zo kunnen we samen bepalen welke behandeling het beste past.